De monumentenvrijstelling geldt vanaf 1 mei 2009 (tijdelijk) ook voor natuurlijke personen
Bij besluit van 10 juni 2009, nr CPP2009/1076M keurt de staatssecretaris goed dat de verkrijging van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988 is vrijgesteld van overdrachtsbelasting, ongeacht of een monument wordt verkregen door een natuurlijk of een rechtspersoon. De voor een rechtspersoon geldende voorwaarde dat deze hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft, komt te vervallen.
De verkrijging van monumenten door monumentenvennootschappen is onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting (art. 15, lid 1, letter p Wet BRV). De monumentenvrijstelling geldt ook voor de verkrijging van een onverdeeld aandeel of een appartementsrecht in een monument. Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 1 mei 2009 een uitspraak gedaan over de toepassing van de monumentenvrijstelling. Het besliste geval betreft een verkrijging van een monument door een natuurlijk persoon. Het Hof heeft beslist dat verkrijgingen door natuurlijke- en rechtspersonen gelet op de ratio van de vrijstelling (bevordering van het behoud van monumenten), aangemerkt kunnen worden als gelijke vallen. De staatssecretaris berust in de genoemde uitspraak. Bij de toepassing van monumentenvrijstelling wordt de uitspraak van het Hof in acht genomen. In verband hiermee wordt het tot op heden uitgevoerde beleid aangepast. De verruimde toepassing van de vrijstelling heeft een voorlopig karakter. Momenteel vindt een evaluatie plaats van de vrijstelling.
Augustus 2009
Lees meer over: Multiarrest
Lees meer over: De Curriculum Vitae van Pepijn Koch |